Korte definitie

Field data — praktijkdata over de prestaties van een website tijdens echte bezoeken, in tegenstelling tot gegevens uit een gecontroleerde labtest.

Ook bekend als: praktijkdata, velddata, Real User Monitoring.

Een labtest laat zien hoe je website onder vaste testomstandigheden presteert. Field data laat zien wat er tijdens echte bezoeken gebeurt. Die praktijkdata helpt om te bepalen welke problemen bezoekers raken; de labtest helpt om de oorzaak te zoeken.

Wat field data is

Field data is de officiële vakterm voor prestatiedata uit echte websitebezoeken. Je kunt die zelf verzamelen via Real User Monitoring (RUM). Een openbare bron is het Chrome UX Report (CrUX): praktijkdata van Chrome-gebruikers. Niet iedere Chrome-gebruiker doet mee; de deelnamevoorwaarden hangen onder meer af van browserinstellingen en platform. CrUX beschrijft dus een deel van de bezoekers, niet je volledige publiek.

De CrUX API en PageSpeed Insights bundelen de beschikbare waarnemingen over een venster van 28 dagen. Je ziet verdelingen en percentielen, geen individuele bezoekers. De p75 van LCP is de waarde waar minstens 75% van de gemeten paginaladingen op of onder zit. Andere bronnen van praktijkdata kunnen een andere meetperiode gebruiken: 28 dagen is geen algemene eigenschap van field data.

Labdata komt uit een gecontroleerde test met vaste apparaat- en netwerkinstellingen. Lighthouse in PageSpeed Insights is zo’n test. De instellingen maken herhaalde metingen vergelijkbaar, al kunnen de uitkomsten schommelen. In ons onderzoek naar 19 websitebouwers op 10 en 11 september 2026 was bij de zeven bureaus met bruikbare CrUX-data de Lab-LCP tot 16,7x zo hoog als de CrUX-LCP (p75). Die vergelijking toont het verschil, maar bewijst niet welke scripts, apparaten of caches het veroorzaakten.

Waar je praktijkdata vindt

PageSpeed Insights toont CrUX-data boven de labresultaten, als er voldoende gegevens beschikbaar zijn. Het Core Web Vitals-rapport in Search Console groepeert pagina’s van je eigen site. Controleer steeds of de gegevens één URL beschrijven of een hele origin: de combinatie van protocol, hostnaam en poort. Een originwaarde is geen afzonderlijke meting van je homepage.

Met de CrUX History API kun je eerdere meetvensters opvragen. Standaard krijg je 25 perioden, telkens met een week ertussen. Elke periode bundelt 28 dagen, net als de actuele CrUX API; de vensters overlappen dus. Een oudere periode kan data bevatten die nu ontbreekt. Dat betekent niet dat de History API een lagere bezoekersdrempel hanteert.

Wanneer je welke data gebruikt

Gebruik praktijkdata om problemen bij gemeten bezoeken te herkennen en prioriteiten te kiezen. Beoordeel voor de Core Web Vitals LCP, INP en CLS afzonderlijk op p75; een goede LCP alleen betekent niet dat alle drie goed zijn. Gebruik labtests om oorzaken gericht te onderzoeken en wijzigingen vóór publicatie te testen. Eigen monitoring kan extra details over getroffen pagina’s en apparaten geven.

Heb je geen CrUX-data, dan hoef je niet op meer verkeer te wachten om je site te verbeteren. Begin met labtests en verzamel waar nodig zelf praktijkdata. De uitleg van web.dev over verschillen tussen lab- en praktijkdata helpt je om beide bronnen naast elkaar te gebruiken.